Ja ja, vandaag krijgen jullie een persoonlijke belevenis te horen! De belevenis van het opgroeien tussen vier broers op te groeien. “Vier broers!?” Ja, ik ken die reactie, maar ik kan vertellen, het is anders dan je zou verwachten!

Om te beginnen zal ik even een beeld schetsen van m’n gezin(ntje): Ik heb mijn jeugd doorgemaakt met 2 broers en 2 broertjes onder één dak. Uhu, je leest het goed; alleen maar mannelijke versies in huis! Met mijn vader en moeder erbij gerekend: 5 mannen en 2 vrouwen. De oudste twee broers zijn op het moment 25 en 23 jaar. De jongste twee zitten, helaas, in de puberteit en zijn 14 en 16 jaar oud.

Als enig meisje in de groep, met enkel alleen je moeder als supporter, was het vaak hard battlen voor je standpunt! Want ja, sorry mannen, jullie gaan vaker een gevecht aan met de nutteloze vuist dan met het woord. Als mijn knuffel dan weer eens werd afgepakt was het vooral terug slaan en schoppen. En wanneer ik hem maar niet te pakken kon krijgen, was het tijd om de hulptroepen in te schakelen: m’n moeder. Dit werd vaak bereikt door heel hard te gillen of te huilen. Een moeders hart is namelijk gevoelig voor huilende dochters en daar wist ik blijkbaar al veel vanaf, want ik maakte er vaak uitgebreid gebruik van. Met veel succes, maar helaas ook af en toe wat minder succesvol. Mijn moeder is helaas niet altijd zo gevoelig…

Er was dus altijd wel een ruzietje thuis. Nu ik er op terug kijk vond ik het eigenlijk helemaal niet erg! Wij konden namelijk niet echt goede bekvechtdiscussies houden. Als we dat deden was het alleen maar schaamte van beide fronten over wat er dan voor onzinnigs weer uit de mond kwam. Daarbij was het ook lekker rustig als daarvoor voor even een wapenstilstand gaande was. Dan waren we allemaal even uit geruzied en konden we zowaar rustig ons bord leeg eten aan tafel.

Voor de mede vrouwelijke strijders die dit verhaal wel herkennen: de puberteit is het ergst! Toen mijn broers in deze fase kwamen, waarin ze rebels werden en (eindelijk) een beetje spierkracht kregen, was het lastig om daar nog tegen op te kunnen. En treiteren dat ze konden! Hun woordenschat groeide helaas ook mee, waardoor ze ook weleens in een heftige discussie traden met veel moeilijk woordgebruik. Ik, als jong groep 5’ertje met uitermate weinig benul van combinaties in woorden, kon daar niet tegen in en het werd één vernedering aan tafel. Waarin je jongere broertjes stilletjes achter hun eigen sekse gingen staan en het 4 tegen 1 werd. Maar geen zorgen! Ook tijdens deze momenten schakelde ik vaak hulptroepen (mamsi) in. Daarbij luisterde ik heel goed naar wat mijn broers zeiden, zodat ik na een poosje een grote comeback kon geven en hen even in hun hemd kon laten staan. Uiteindelijk heb ik het dus gelukkig aardig kunnen overleven.

Nu lijkt het net of ik alleen maar ruzie had met mijn broers en er totaal geen liefde was in ons huis. Dat is zeker niet waar! Ik kan me nog goed mooie momenten herinneren, waarin we zowaar lief waren voor elkaar.  Zo was er eens dat mijn broer achter in de tuin aan het spelen was (stoer doen enzo). Maar helaas voor hem lag er een spijker op de loer en tsja dat hij niet door, want hij was druk bezig met dingen bouwen. De spijker pakte zijn moment en ging rechtop (met de punt omhoog) onder mijn broers laars liggen. Toen zag ik mijn broer voor het eerst huilen! (Traumatisch moment) Nou, als dat gebeurd is er echt wel iets aan de hand. Hij lag op een gegeven moment kermend van de pijn op onze keukentafel en ik keek met een traan in m’n ogen naar hoe mijn vader de spijker uit de zool van de laars haalde. Ik vond het echt heel zielig voor mijn broer en wilde hem graag troosten. Maar ja, hoe ga je dat doen als er eigenlijk niet echt een dikke broeder-zuster liefde heerst. Weet je wat mijn oplossing was? Ik gaf hem een kauwgompje. Ja, ik weet het, dat was echt een super mooi gebaar! Maar hij had er op dat moment geen zin in, gek hé?

Hedendaags zijn de oudste twee broers getrouwd en uit huis (eindelijk volwassen, *kuch*). Dus ik dacht: “Eindelijk lekker rustig”. Maar pech voor mij, de jongste twee zijn nu fijn in de puberteit gekomen. Het blijft dus klieren en smeken om rust in huis. Maar geen zorgen, dit keer zijn het de kleintjes en die zijn makkelijk onder duim te houden! (Al krijgen zij ook meer spierkracht…)

Om even mooi af te sluiten met mijn ervaringen in het verleden. Ik ben trots op mijn mannen en had het niet anders gewild! Ook al was en is er vaak één en al ruzie, toch ben ik daarmee opgegroeid en heb ik er veel uit geleerd; zoals hoe je het best je moeder aan jouw kant kan krijgen en hoe (en vooral waar) je het best een man pijn kan bezorgen. Nu zijn mijn grote broers mijn liefdevolle beschermers en mijn broertjes mijn speelkameraden en vooral vieze-werkjesfixers.