Over Nederland bestaan natuurlijk een aantal stereotypen. Hoef ik verder niet zoveel over te zeggen denk ik, lees het onderstaande verhaaltje maar gewoon.

“Ik staar uit het raam. We zitten in mijn favoriete coffeeshop. Knus, mooi uitzicht, goede wiet. Langzaam neem ik een trekje van mijn joint. Ik doe mijn ogen dicht en laat mijn hoofd naar achteren vallen terwijl ik de wiet over mijn longen laat gaan. Dan blaas ik uit. Ik begin spontaan te gniffelen – ik lijk net een draak. Ik open mijn ogen en kijk naast me. M’n vriendin zit haar geld te tellen. Ze komt zojuist terug van haar werk. Uiteraard heeft ze eerst gedoucht voordat ze hierheen kwam. Voordat je vragen gaat stellen: ze is prostituee. Ja, inderdaad, werkt op de Wallen. Daar heb ik haar ook leren kennen. Ik zag haar staan, in haar prachtige zwarte lingerie, mysterieus ogend door het rood van de lampen, en ik wist meteen: deze is van mij. Ik ben naar binnen gegaan, heb me voorgesteld, en, nou ja, van het een kwam het ander zullen we maar zeggen. Nu zitten we hier, een half jaar later. Over een uur moeten we bij de bruiloft van mijn broer zijn. Hij gaat trouwen met zijn beste vriend, Martin. Kennen elkaar al van de middelbare school. Ja, zo kan het ook gaan.

Na de ceremonie gaan we naar de molen bij mijn ouders om de hoek. Daar is zo de receptie. Eenmaal binnen staat er een kring met stoelen voor ons klaar. Terwijl ik naar mijn stoel loop voel ik iets steken in mijn voet. Zodra ik op mijn stoel zit, trek ik mijn klomp uit. Fuck, een splinter. Die verdomde klompen ook.

Het feest is gezellig. Martin komt af en toe langs met een bord met stukjes kaas en worst. Tevreden doop ik mijn kaas in de mosterd. Ze hebben goed uitgepakt. Ze hebben zelfs mosterd. Na een uur in de kring te hebben gezeten, komt mijn oom langs met zijn draaiorgel. Onder het genot van wat advocaat en jenever dansen we op alle oud-Hollandse liederen. Ik voel me blij.

Na het feest vertrekken mijn broer en zijn nieuwe echtgenoot samen op de fiets naar hun hotel. Het regent pijpestelen, maar dat doet mijn broer niets. Tevreden kijk ik hem na. Ik zie hoe gelukkig hij is. Hier is hij vrij.”

 

Door: Iris Slurink