Taal vind ik werkelijk een feestje. Je kan met zorgvuldig gekozen woorden de lachers op je hand krijgen of juist je rouwende medemens een hart onder de riem steken. Met taal kun je voor jezelf opkomen of je mening mooier presenteren dan hij in werkelijkheid is. Taal kan ook ingezet worden om iemand de hemel in te prijzen of geschillen bij te leggen. Helaas is taal niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Er zijn namelijk een heleboel stomme woorden in omloop. Iedereen heeft wel een aantal woorden waarvan hij vindt dat ze niet door de beugel kunnen. Ik wil je graag meenemen in mijn wereld van stomme woorden en meteen nadrukkelijk vragen deze woorden uit je vocabulaire te schrappen. Vriendelijk bedankt alvast!     

Daarstraks

Op zich is er niks mis met het woord daarstraks als het wordt uitgesproken door mensen die de pensioengerechtigde leeftijd ruimschoots overschreden hebben. Antieke woorden passen bij dito personen. Ik knijp mijn bescheiden billetjes echter bij elkander als een leeftijdsgenoot het betreffende woord in de mond neemt. Als iemand zegt: “Ik zag Josefien daarstraks nog.” Dan denk ik: ik vond jou daarstraks nog sympathiek, maar nu een beetje truttig. Misschien komt het ook wel doordat daarstraks voor mij een tegenstrijdige betekenis heeft. Straks betekent dat een gebeurtenis over niet onafzienbare tijd zal plaatsvinden en daar associeer ik eerder met de toekomst dan met het verleden. Wat maakt dan dat de combinatie van daar en straks betekent dat iets twee scheten geleden is gebeurd? Het zal wel weer zo zijn dat het geheel meer is dan de som der delen. Daarstraks is in ieder geval niet aan mij besteed!

Pikken – het werkwoord pikken welteverstaan

Na de peuterspeelzaal – hè bah, nog zo’n akelig woord – veroordeelde de leerplichtambtenaar mij tot acht jaar basisschool. Hier leerde ik naast lezen, schrijven en het omgaan met een plasketting, hoe je ervoor kan zorgen dat een tekening gemaakt met houtskool niet gaat vlekken. Hand in hand liepen we achter de juf aan om op het schoolplein te geraken. Hier bespoten we de tekeningen met lak en ik was als een kind zo blij (letterlijk), want mijn kunstwerk zou nu tot in der eeuwigheid in goede staat bewaard kunnen blijven. Deze vreugde werd ruw verstoord door een gesprek van twee klasgenootjes:

< Pikken jouw handen ook zo?

> Ja, die lak pikt gewoon heel erg!

Ik kon een stuiptrekking van mijn lichaam niet voorkomen. Pikkende handen of pikkende lak: het klinkt me als schuurpapier in de oren. Het onderliggende pijnpunt is waarschijnlijk dat het zo’n typisch westers non-probleem is, pikkende handen. Je zult kinderen in Afrika nooit horen klagen over pikkende handjes. Zij hebben pas écht problemen!

Kliekje

Het door studenten alom geliefde kliekje is niets meer – maar ook zeker niets minder – dan een restje eten dat op de dag van bereiden niet op is gegeten. Ik heb de vervelende eigenschap ontwikkeld dat ik zo’n restantje meestal minder lekker vind dan de originele maaltijd. Lasagne vind ik op dag numero dos bijvoorbeeld qua smaakbeleving veel weghebben van een stukje karton. Mijn tong protesteert niet alleen als er wordt aangekondigd dat er een kliekje op het menu staat, maar ook als ik het woord zelf moet uitspreken. Heel veel dingen lukken in mijn leven, maar dit lukt gewoon niet. Ik slis zelfs een beetje, terwijl er helemaal geen ‘s’ in het woord zit. Toch wil ik benadrukken dat ik het concept ‘kliekje’ ontzettend waardeer, want eten weggooien is niet cool. Er wordt met name in rijke landen zoveel eten gedeponeerd; daar wordt je misselijk van. Dus, stom woord of niet, het kliekje mag blijven!

Verkeerd gebruik van me en is

Er zijn pak ‘m beet zeventien miljoen mensen op dit hele kleine stukje aarde. Je zou zeggen: die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde. Toch wil ik even wat orde op zaken stellen. Me en is zijn twee woorden die onderdeel uitmaken van de Nederlandsche taal. In het Groene Boekje staat geschreven dat we me gebruiken om binnen een zin te refereren aan onszelf. Onderschat ook zeker de waarde van het woordje is niet. Het is een populair bouwsteentje om zinnen te construeren. Het probleem is dat me en mijn ergens in de evolutie gefuseerd lijken te zijn tot een en hetzelfde woord. Hetzelfde geldt voor is en eens. Naar mijn mening – maar ja, wie ben ik? – zijn me en is wonderschone woorden. Als ze echter verkeerd worden gebruikt, is het uit met de pret. Laten we even naar een voorbeeld kijken.

Voorbeeld 1:

Me vent heeft een kettinkje met me naam om z’n nek. (In het ergste geval wordt z’n ook nog als ze geschreven in deze zin.)

Me is geen bezittelijk voornaamwoord, maar wordt hier wel als dusdanig gebruikt. Oplossing: gebruik in plaats van me het woord mijn of m’n. Me dank is groot!

Voorbeeld 2:

Kom is hier, lekker dier!

De is in bovenstaande zin moet in een ideale wereld eens zijn. In de gesproken taal heeft men de gewoonte ontwikkeld om zoveel mogelijk af te korten. Zo ook het woordje eens. Deze afkorting klinkt weliswaar als is, maar dient geschreven te worden als ‘ns. Ik zou zeggen: probeer het is!

Zalf

Mijn afkeer jegens het woord zalf is niet aangeboren. Sterker nog, ik vond zalf toen ik nog een kleine, bolle Stefan was een heel lief, geruststellend woord. Als ik pijn had, werkte het smeren van zalf bijna net zo goed als een kusje van mama. De ellende begon toen mijn in Groningen studerende broer weer eens een weekend wedergekeerd was naar de Ton, zoals hij zijn ouderlijk huis liefkozend noemt. Het was feest, want er stonden patatjes op het menu. Op een zeker moment vraagt mijn broer mij om de zalf door te geven. Ik kijk hem aan met een blik die enkel geïnterpreteerd kan worden als een blik van onbegrip. Toch had hij niet door dat ik hem niet snapte, daarom vroeg ik hem met luide stem: “Wat wil je dat ik je aangeef?” Nadat hij mij had verzekerd van het feit dat ik hem de eerste keer niet verkeerd verstaan had, maakte ik hem duidelijk dat ik nog steeds niet wist wat hij bedoelde en dat hij zelf z’n zalf moest pakken. Mijn broer staat op, loopt naar de andere kant van de tafel en pakt de mayonaise met beide handen beet. Mijn mond staat vrijwel de hele dag open, maar nog nooit zo ver als tijdens dit voorval. Ik kon niet begrijpen dat de mayonaise zojuist zalf was genoemd. Iedereen in zijn Groningse omgeving noemt mayonaise zalf, dus dat verklaart een hoop. Hij weigert overigens ooit nog het woord mayonaise in de mond te nemen en dat heb ik hem sindsdien ook niet meer horen doen. Elke keer als ik nu het woord zalf hoor, zie ik een grote pot vette mayonaise voor me. Daarom vind ik het woord zalf stom!

Mijn mede-commissieleden en commissiekat Iris hebben ook allemaal een stom woord geselecteerd en het zijn met recht tenenkrommende woorden:

Romy: Adrem en omeletAfschuwelijk is ook stom!”

Lex:Murw! Maar adrem is inderdaad ook een vieze vuile.”

Iris: “Meteoroloog en de naam Paul…”

Anniek: “Ik vind meid ook echt een k*twoord.”

Kitty: “Wijffie vind ik het ergste woord in de Nederlandse taal. Ook erg: als vrouwen hun vriend ‘hun mannetje’ noemen.”

Wil je bericht krijgen wanneer er een nieuw artikel online komt? Volg ons dan via wordpress of bloglovin, of like onze facebookpagina Geestig Magazine!   Heb je zelf ook nog leuke ideeën voor een artikel of een bepaald onderwerp waar je graag wat over wilt lezen? Mail dat dan naar: redactiegeestig@alcmaeon.nl