Er was eens een lezer die zijn ogen liet vallen

op de woorden en zinnen die wij hier uitstallen.

 

Een verhaal dat zich afspeelt in een land hier ver vandaan,

een land waar kastelen en draken nog altijd bestaan.

Dit land is jaren geleden de Efteling genoemd,

maar was dit land stiekem altijd al verdoemd?

 

Toen feeën en kabouters enkele woorden stalen,

pikten ze namelijk ook onze verhalen.

We kennen de sprookjes, maar ze waren veel wreder,

zo is het verhaal van Doornroosje nog breder.

 

Want wie haar redder in nood als een held beschouwt,

weet niet dat hij al met ‘n andere vrouw was getrouwd,

En na doornroosje in haar slaap te verkrachten,

verliet hij haar, ‘want zijn vrouw zat te wachten’.

Negen maanden later, Doornroosje sliep nog altijd,

maar had ondertussen wel haar beentjes gespreid.

Zo baarde zij een tweeling en och, wat frappant,

die zogen de vlasnaald zo uit haar hand.

Maar de andere vrouw zat al op wraak te teren,

en wilde de kinderen aan hun vader serveren.

Die merkte het op en beëindigde haar leven,

waarna doornroosje besloot hem haar hand te geven.

Zo leefden ze samen, gelukkig en lang,

al is het wat wreder dan leek bij aanvang.

 

Doornroosje is niet het enige verhaal waar dat mee is gebeurd,

ook Assepoesters sprookje is wat opgefleurd.

 

Zo pasten haar zusjes niet alleen niet de schoen,

ze besloten er beiden ook iets aan te doen.

Dus toen de prins met lakei hun huis binnenviel,

hakten zij delen van hun tenen en hiel.

Zo pasten zij beiden met hun voet in het muiltje,

maar net op dat moment, kwam er een uiltje.

Die de ogen van de zusjes uitpikte,

en daarmee hun grote geheim verklikte.

Zo kwam de prins achter hun kwaadaardigheid,

en werden zij blinde bedelaars tot in de eeuwigheid.

 

Nu we nog eens zwaaien met ons toverstokje,

zien we het echte verhaal achter goudlokje.

 

Ergens in het bos vond zij het huisje van drie beren,

en besloot vervolgens hun pap en bedden te proberen.

Maar in tegenstelling tot het sprookje dat wij kennen,

kon goudlokje oorspronkelijk helemaal niet wegrennen.

In de eerste versie brak zij zomaar haar nek,

in de tweede belandde ze in de beren hun bek.

Zij smikkelden en smulden van haar, vol genot.

Zo heeft dus ook dit verhaal een heel ander plot.

 

We zijn zelfs niet alleen versies van sprookjes vergeten,

er zijn hele verhalen die we nu niet meer weten.

Want wie tegenwoordig door het sprookjesbos gaat,

weet al lang niet meer waar de papegaai nu voor staat.

 

Al staat hij in ‘het stoute prinsesje’ toch zeer centraal,

het begint met een meisje, zij was heel speciaal.

Haar vader, terug van zijn reis, nam cadeaus voor haar mee,

en dit keer leek een papegaai een goed idee.

Maar wat ze ook deden, de vogel sprak niet,

het prinsesje daarentegen werd dit spel favoriet,

ze aapte maar na en sprak zo duizend woorden,

tot alle lakeien haar wel konden vermoorden.

De dokter zei dat een wandeling wel helpen zou,

tijdens deze tocht ontmoette het meisje een vrouw,

ze deed haar weer na, zoals bij alle anderen,

en de vrouw besloot haar in een papegaai te veranderen.

Het prinsesje is vanaf die dag nooit meer gezien,

alhoewel ze je in het bos herhaald heeft misschien?

 

Zo is het prinsesje met haar sprookje verdwenen,

maar ook Langneks verhaal is al lang niet verschenen.

 

Dat verhaal begint met een heks en een prachtig kind,

een jongedame die door het hele land werd bemind.

Prinsen kwamen van heinde en verre om hun liefde te strooien,

maar de heks liet hen eerst drie opdrachten voltooien.

Opdrachten die niemand ter wereld uit kon voeren,

zodat zij hen vervolgens weer weg kon bonjouren.

Maar op een dag besloot een prins zijn geluk te beproeven,

op weg naar de heks vond hij toen zijn zes troeven,

Zijn zes dienaren, waarvan eentje zo dik,

dat hij de hele wereld op kon in één ogenblik.

De tweede dienaar had zulke goede oren,

dat hij alles over de hele wereld kon horen.

De derde had benen zo lang, echt bezopen,

in twintig stappen kon hij de wereld rondlopen.

De vierde man had letterlijk een scherp oog.

Het werkte bijna als een pijl en boog,

want wanneer hij het lapje van zijn oog af deed,

bleek dat alles zomaar in tweeën spleet.

De volgende dienaar had de kou moeten omarmen,

want geen enkel vuur kon hem tegenwoordig verwarmen.

Om te eindigen met een man ons allen bekend,

hij staat in de Efteling als een heus monument.

De man die wij allen nooit konden bereiken,

zo lang dat hij de halve wereld gelijk kon bekijken.

Deze mannen hielpen de prins het meisje te veroveren,

en zo blijkt dat niet alleen feeën kunnen toveren.

 

Nu je de waarheid weet van deze ‘mooie’ verhalen,

hoop ik dat je ze even in laat dalen.

Maar vooral blijft geloven in je eigen idealen

en ze vervolgens naar je eigen pad gaat vertalen.

 

Want in een wereld hier niet ver vandaan,

weet ik dat onze eigen sprookjes bestaan.

Het sprookje waar ieder zijn draai aan mag geven,

en zo nog heel lang en gelukkig mag leven.