Het personeelsuitje leidde mij en mijn collega’s dit jaar naar dé hotspot in Harderwijk: het Dolfinarium. Ik zat met samengeknepen billetjes te wachten tot de dolfijnenshow zou gaan beginnen, terwijl de karakteristieke blauwe koepel mondjesmaat volstroomde. Ik zag dat alle kindjes er net zoveel zin in hadden als ik. Veel van hen hadden een lichtsterretje van hun ouders/verzorgers gekregen die in verschillende standen gezet kan worden. Ik wilde er ook een. Ik durfde het niet te zeggen. Plots werd mijn oog getrokken naar een scène die zich bij de ingang afspeelde. Twee ambulancebroeders reden een brancard naar binnen. Ik dacht dat deze bedoeld was als veiligheidsmaatregel en zei dan ook met volle overtuiging: ‘Jeumig, zijn dolfijnen zo gevaarlijk?’ Mijn collega (ex-werknemer van het Dolfinarium) wist mij met ernst in haar stem te vertellen dat er reeds iemand op de brancard lag. Op dat moment zag ik dat ze gelijk had. Een klein, triomfantelijk hoopje mens werd met een genoegzame glimlach naar zijn ereplaats gereden. Het themapark in kwestie willigt in samenwerking met verschillende stichtingen zo nu en dan wensen in van mensen die een moeilijke tijd doormaken of niet zo lang meer te leven hebben. Ik werd stil van de gedachte dat deze man bezig was met het invullen van zijn laatste tijd. Ik merk dat ik het lastig vind om me in te leven in terminaal zieken, omdat zij afscheid moeten nemen van iets dat voor mij zo vanzelfsprekend is: het leven. Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik ook meteen een oordeel klaar had over zijn laatste wens. Als je alles mag wensen wat je hart je begeert, dan kies je toch niet voor een dolfijnenshow van dertig minuten? Natuurlijk weet ik niks van de persoonlijke beweegredenen van deze man. Misschien is hij wel een hardcore dolfijnen-fan – inclusief tattoo van Spetter en een zoon genaamd Dolfje – of liet zijn gezondheid andere wensen niet toe. Hoe dan ook, zijn laatste wens gaf mij inzicht in het feit dat mijn laatste wens nog blanco is. Daar moet verandering in komen voordat het te laat is!

Een schoolvoorbeeld van hoe een laatste wens wat mij betreft hoort te zijn, is te zien in de eerste aflevering van het RTL4-programma De reis van je leven. De dodelijke spierziekte ALS trekt langzaam maar zeker het leven uit Hanno en hij wil op zijn beurt zijn langgekoesterde droom in vervulling laten gaan nu hij daar nog genoeg energie voor heeft. Hanno reisde met vier van zijn dierbaarste vrienden en Johnny de Mol af naar Kaapstad. Het gezelschap wordt elke dag verrast met een activiteit, de een nog bijzonderder dan de ander. Een ronkende motorrit langs grootse bergwanden en kliffen of paragliden van de Tafelberg: niks was te gek! Ook maakten de vrienden van de gelegenheid gebruik om over Hanno’s naderende dood te praten, het onderwerp dat ze zo lang geprobeerd hebben te vermijden. Wat volgt is een emotioneel gesprek rond een laaiend kampvuur. Waar het voor mij eigenlijk allemaal om draait, gebeurde in het laatste deel van de aflevering. Een levensgrote steen aan het voeteneind van een woeste zee krijgt na een kort bezoek van Hanno en diens kornuiten enorme waarde. Ze kerven tezamen een boodschap in de steen die de liefde van papa Hanno voor zijn zoon belichaamt. Hanno laat zijn vrienden hem beloven dat ze zijn zoon meenemen naar deze plek als hij oud genoeg is. Doordrenkt van emotie stemmen ze toe. Dit is voor mij waar een laatste wens over moet gaan. Een monument creëren voor hen die ik liefheb, maar vooral voor degenen die mij liefhebben. Zij moeten immers verder leven en om leren gaan met hun gemis. Een plek om te rouwen of juist mooie herinneringen op te halen, moet dan haast wel goed van pas komen.

Een dag of wat geleden sprak ik met iemand die het ziektebed van zijn geliefde globaal voor mij schetste. Toen ik hem vertelde over het onderwerp van het artikel dat ik momenteel aan het schrijven ben, wees hij me op iets waar ik nog niet over na had gedacht. Als je ziek bent en weet dat het leven tot een einde gaat komen, kan het zijn dat de dingen die voorheen belangrijk voor je waren hun waarde verliezen. Vooral de ogenschijnlijk kleine momenten kunnen heel dierbaar worden als de zandloper voelbaar leegloopt. Tijd met het gezin, mooie woorden uitspreken naar dierbaren of samen huilen, kunnen de laatste maanden en dagen een stuk draaglijker maken. Een heel terecht punt als je het mij vraagt en daarom een reden om te twijfelen aan de relevantie van de zoektocht naar mijn laatste wens. Natuurlijk heb ik naar aanleiding van dit artikel gepoogd een invulling te geven aan mijn laatste wens. Ik ben muzikant en als ik als laatste wens mijn muzikale nalatenschap zou kunnen vangen in een album zou ik daar nu voor tekenen. Maar wat nou als ik weet dat ik het gevecht met wat voor ziekte dan ook niet ga winnen. Kan ik dan nu – met mijn gezonde lichaam en geest in een leven waarin het me voor de wind gaat – voorspellen wat ik op zo’n moment belangrijk vindt? Ik denk het niet. De zoektocht naar mijn laatste wens komt hier en nu ten einde omdat ik overtuigd ben geraakt van het feit dat een mens in de meeste gevallen pas weet wat hij ten diepste ambieert als hij voelt dat zijn einde nadert. En als ik op dat moment behoefte heb aan een dagje Dolfinarium, dan zij het zo. Dan laat ik me niet kisten en ga ik met een lichtsterretje in mijn hand met een genoegzame glimlach op mijn gezicht genieten van de trucjes van dolfijnen. Gewoon omdat IK dat wil.