Naar aanleiding van de documentaire Emma wil leven, die is uitgezonden op NPO 3 op 22 november, verschenen er afgelopen tijd veel artikelen over eetstoornissen op het internet. De documentaire ging over de strijd van Emma tegen de ziekte Anorexia. Een strijd die zij tot groot verdriet niet overleefde, ondanks het feit dat ze besloot ervoor te vechten. Deze vechtlust laat niet alleen zien hoe sterk Emma was, maar ook dat mentale ziektes nog sterker kunnen zijn, ondanks de (onzichtbare) strijd die er wordt geleverd. De commotie rondom deze documentaire is alweer redelijk tot bedaren gekomen, maar dat is geen reden om het er niet meer over te hebben. Zeker in de komende periode vol kerstdiners en gourmetterijen, situaties die uitermate stressvol kunnen zijn voor mensen met een eetstoornis, is het van belang om stil te staan bij de invloed die deze ziekte kan hebben op iemands leven. Eetstoornissen zijn voor mensen die er niet veel vanaf weten of niemand in hun omgeving hebben die eraan lijdt vaak lastig te begrijpen. Waarom zou je jezelf vrijwillig uithongeren? Waarom eet je niet gewoon, als je beter wil worden? Wanneer je dichterbij deze ziekte staat, zie je pas dat hier niets vrijwillig aan is. Ook merk je dan pas dat een eetstoornis niet alleen gaat om wel of niet eten, maar om alle mentale factoren daar omheen. De controle, de grip over het niet-eten die niet losgelaten kan worden, maakt eten alles behalve ‘gewoon’. Om hier wat meer openheid en bekendheid over te geven, hebben twee strijders een stuk geschreven vanuit hun eigen ervaringen.

Een van de meisjes die een stuk hebben geschreven, is op dit moment zelf actief bezig met haar strijd tegen anorexia. Inmiddels is ze opgenomen in een eetstoorniskliniek. Zij schreef voor ons het volgende.

Afgelopen dinsdag was de documentaire Emma Wil Leven op tv. De helft van de jongeren die op dat moment tv keek, keek naar de helse strijd die Emma voerde tegen Anorexia, die ze helaas heeft verloren. Ook ik keek en ik werd geconfronteerd met situaties die ik zelf heb meegemaakt: van gedwongen sondevoedingen tot ziekenhuisopnames en eetstoornisklinieken. Op het moment heb ik geen sondevoedingen meer, maar eet ik zelf. Ik lig niet meer in het ziekenhuis. Toch ben ik helaas, na een periode te hebben gestudeerd en op mezelf te hebben gewoond, weer opgenomen in een psychiatrische afdeling en sta ik op de wachtlijst om naar een eetstoorniskliniek te gaan. Ik heb dus nog een lange weg te gaan, maar ik ben vastbesloten om te herstellen en erg gemotiveerd.
Maar toen ik Emma zag, kwam de automatische gedachte bij mij op, die denk ik bij de meerderheid van eetstoornis patiënten opkomt: ‘Met mij valt het allemaal wel mee. Vergeleken met dit meisje ben ik lang zo ziek nog niet: ik heb niet zo’n extreem ondergewicht als zij, kan zelf eten en zit niet in een rolstoel. Maar zo’n Emma, die heeft het pas echt zwaar.’ Daarbij komt dan ook gelijk een gevoel van schaamte, alsof ik me aanstel.
En dit komt dan van mij, een meisje in een psychiatrische afdeling dat al zes jaar lijdt aan anorexia, met een extreem ondergewicht (ook al is het geen Emma-situatie) en een zieke geest, die binnenkort naar een eetstoorniskliniek moet. Denk je nu eens in hoe een vrouw met boulimia zich voelt? Zij kan er mentaal net zo slecht aan toe zijn en ernstig ziek zijn, maar voor de buitenwereld is dit onzichtbaar, ze heeft immers een gezond gewicht. En denk je nu eens in dat het grootste deel van de mensen met een eetstoornis helemaal geen ondergewicht heeft. Hoe moeten zij zich dan voelen?
Dit soort documentaires, hoewel ze een schokkend effect kunnen hebben op het Nederlandse publiek en de ernst van de ziekte benadrukken, hebben ook tot gevolg dat het stereotype van anorexia des te meer versterkt wordt: de focus ligt zodanig bij de extreme magerte van Emma, dat het afleidt van waar het nu werkelijk om gaat. Zoals mijn voormalige kinderarts Van Bellegem in de nabeschouwing benadrukte: ‘Een eetstoornis gaat helemaal niet over eten.’ En dat is precies hoe het is. Het gaat om zoveel meer dan dat: het gaat over onzekerheid, verdriet, jezelf niet goed genoeg vinden, controle willen hebben. Daarmee is het misschien ook makkelijker te begrijpen dat iemand die herstellende is van anorexia wel degelijk nog ziek is als deze meer gaat eten en een wat gezonder gewicht krijgt. Sterker nog: al die opgekropte emoties gaan alleen maar sterker worden wanneer de patiënt lichamelijk gezonder wordt, waardoor de patiënt zich alleen nog maar slechter gaat voelen. En laat dat nu juist het moment zijn waarop de buitenwereld zegt: ‘Wauw, je ziet er steeds beter uit. Het gaat vast heel goed met je.’ Ik vrees elke dag van mijn herstel voor de momenten waarop deze opmerkingen komen. Nu is het nog niet zover, maar ik weet dat ze helaas zullen komen. Gelukkig weten mijn familie en vrienden wel beter.
Wat ik met dit stukje wil benadrukken is het volgende: het gewicht zegt niets over de ernst van de ziekte. Zelf sta ik nu op de wachtlijst om naar een eetstoorniskliniek te gaan. In mijn situatie is het van belang dat ik hier zo snel mogelijk naartoe ga. Ik belde mijn zorgverzekeraar op, want wellicht zou die voor een urgentieverklaring kunnen zorgen waardoor ik sneller bij de kliniek terecht kan. Ik werd doorverbonden met een vrouw. Een koele, afstandelijke stem zei tegen me: ‘Goed, dan ga ik nu de ernst van je situatie in kaart brengen. Zit je in een rolstoel? Krijg je sondevoeding? Lig je op het moment in het ziekenhuis?’ Ik kreeg direct een tiental vragen op mij afgevuurd, en niet een ervan ging over mijn mentale situatie. Dit deed me pijn: niet alleen meisjes in een rolstoel of aan de sondevoeding hebben recht op zorg. Een eetstoornis is niet enkel het geraamte dat wordt laten zien op documentaires, of het ineengedoken figuurtje met uitstekende botten dat als eerste resultaat opduikt bij Google Images. Ik spreek hier voor iedereen in Nederland met een eetstoornis, zowel voor vrouwen en mannen, met BMI 12 of BMI 27, mensen met anorexia, boulimia, eetbuienstoornis etc. Ik hoop dat ik dat met dit stukje nog even heb kunnen benadrukken.

Hopelijk kan dit verhaal meer inzicht bieden in het onzichtbare aspect van de eetstoornissen. Een eetstoornis is namelijk niet fysiek, maar mentaal, en dat schijnen veel mensen vaak te vergeten.
Een ander meisje schreef voor ons een stukje over haar missionpup, een getrainde hulphond die haar kan helpen met het overwinnen van haar eetstoornis. Stichting Missionpuppy Nederland is een organisatie die hulphonden traint voor kinderen en jongeren met eetstoornissen, autisme of een posttraumatische stress stoornis (PTSS). Zij schreef voor ons het volgende over de hulp die haar hond haar kan bieden in haar strijd tegen haar eetstoornis.

Anorexia.png

Bhodi, a miracle wish that came true. Eigenlijk omschrijven deze woorden alles al wat Bhodi voor mij betekent. Bhodi is mijn missionpup, een hulphondje dat mij helpt bij het overwinnen van mijn eetstoornis, een wondertje dat mij door momenten heen helpt die ik zwaar, moeilijk en eng vind. Zonder Bhodi had ik nooit aan de studie psychologie kunnen beginnen. Waar ik ben, is Bhodi en andersom. We zijn vier pootjes en twee handen op een buik. Ze maakt me wakker als ik een nachtmerrie heb, ze waarschuwt me als mijn bloedsuiker te laag wordt en omdat ik voor haar moet zorgen, moet ik ook voor mezelf zorgen.

Deze manier van hulp om tegen een eetstoornis te vechten, is misschien niet bij veel mensen bekend. Maar iedereen met een huisdier kan zich waarschijnlijk wel indenken hoeveel steun het kan geven in de weg naar herstel.

Hopelijk hebben deze twee stukjes wat meer duidelijkheid kunnen bieden over wat het nou echt betekent om een eetstoornis te hebben. Het volgt je 24 uur per dag, elke dag, elke week, elke maand. Het is altijd aanwezig; ook op de momenten dat dit aan de buitenkant niet te zien is.

Heb je zelf ook nog leuke ideeën voor een artikel of een bepaald onderwerp waar je graag wat over wilt lezen? Mail dat dan naar: redactiegeestig@alcmaeon.nl.