Oké, in januari is het voor veel mensen de gewoonte om het afgelopen jaar van voor naar achter en van onder naar boven te evalueren. In 2015 is er dusdanig veel gebeurd dat ik ook maar eens een poging waag: 2015 was voor mij het jaar van twee verschillende oké’s en ik zou 2015 dan ook graag omdopen tot ‘oké-duizendvijftien’. Aan de ene kant hebben we te maken gehad met terroristische aanslagen en zagen we foto’s van vluchtelingen die de overtocht niet hebben overleefd. De eerste oké is dus de oké van: “Oké, dat is heftig!” Naast deze mondiale downs heb ik persoonlijk ook veel ups meegemaakt in 2015. Eén van die ups werd eind november aangekondigd door mijn moeder: “Kindertjes, kindertjes, ik heb een verrassing voor jullie! We gaan met z’n allen naar Rome in de Kerstvakantie!” De tweede oké is dus de oké van: “Oké, su-per!” En je raadt het al: tijdens onze trip naar Rome werd ik blootgesteld aan deze beiden oké’s.

Al vrij snel nadat we in Rome arriveerden, attendeerde mijn broer me op een artikel waarin het volgende statement was opgenomen: “Concrete dreiging voor aanslagen in New York, Rome en Zweden.” Je begrijpt dat ik hem daar zeer dankbaar voor was en dat ik me hierdoor erg op mijn gemak voelde. Gelukkig is Rome zo oogverblindend mooi dat ik niet heel veel hersencapaciteit meer over had om me met dat artikel bezig te houden. Dat zegt trouwens meer over Rome dan over mijn hersencapaciteit hoor! En toch was er iets in dat prachtige Rome dat me steeds maar weer aan een mogelijke aanslag herinnerde. Onze trip duurde drie dagen, dus om de belangrijkste monumenten en toeristische trekpleisters te kunnen aanschouwen, hebben we gebruik moeten maken van de metro. Op elk metrostation stonden minstens twee sterke militairen met grote geweren om hun nek. De eerste keer dat ik een mannelijke militair de hoek om zag komen schrok ik me de pestpleuris. Ik had nog nooit een geweer met het blote oog mogen aanschouwen en laat dit nou net een joekel van de bovenste plank zijn. Onder het motto “waar rook is, is vuur” zag ik iedereen in de metro vanaf dat moment als een potentiële terrorist. Typische huismoeders transformeerden in mijn hoofd tot plofmama’s en omaatjes met van die vieze vlasbaardjes hadden ineens wel heel verdachte tasjes bij zich…

Toen we op plaats van bestemming waren en het metrostation verlieten, voelde ik pas echt de aanwezigheid van de Italiaanse poliziotti en soldati. Op elk pleintje, bij elk (door Feyenoord-supporters gesloopt) fonteintje, onder elk bruggetje en bij elke bezienswaardigheid stonden ofwel soldaten met hun blaffers, ofwel politieagenten met een goedgevulde wapenriem. Later las ik dat er sinds de aanslagen in Parijs elke dag ongeveer 700 militairen op de been zijn om de Romeinen en toeristen te beschermen. Het gekke was dat ik me alleen maar onveiliger ging voelen met zoveel militairen om me heen. Ze zijn er om een aanslag te voorkomen en dat is natuurlijk hartstikke fijn, maar ze maken je ook bewust van het feit dat #EnjoyRoma zomaar kan omslaan in #PrayforRoma. Om nog maar te zwijgen over al die profielfoto’s die dan ineens allemaal de kleuren van de Italiaanse vlag hebben. Gelukkig had ik niet de gelegenheid om mijn gedachtes de vrije loop te laten, want steeds als ik nadacht over de mogelijkheid van een aanslag kwam er weer zo’n gast vragen of ik een selfiestick wilde kopen (“Nooo-hoooo!!”). Ik moet zeggen dat ik echt heel erg heb kunnen genieten van onze trip naar Rome, maar al die militairen en al die politieagenten deden me af en toe wel denken aan de ellende van 2015.

Na de aanslagen in Parijs zei een groot deel van de wereldbevolking: “wij laten ons niet bang maken!” Maar natuurlijk zijn we bang! De veiligheidsparadox die Hans Boutellier in zijn boek De Veiligheidsutopie beschrijft, slaat de spijker op zijn kop. Deze paradox stelt het volgende: “hoe veiliger een land, hoe banger de mensen zijn.” Nederlanders zijn om die reden met recht labbekakjes, schijtluizen of mietjes te noemen, want ons land is veiliger dan ooit! Wanneer we een scheldpartij in de supermarkt aanschouwen, kunnen we de hele dag van slag zijn. Dat komt omdat onze eigen veiligheid weer voor even in het geding was. We zijn niks meer gewend omdat we al jaren in veiligheid verkeren. We reageren veel heftiger en emotioneler op de laatste aanslag in Parijs dan op de aanslag in Beiroet die slechts een dag na elkaar plaatsvonden. Dit komt omdat de afstand tussen Parijs en Nederland zo klein is dat we het gevaar nu kunnen ruiken. Toch biedt een zoektocht op het internet troost voor alle Nederlanders die bang zijn voor een terroristische aanslag in ons land. Er zijn namelijk dingen waar we veel banger voor moeten zijn! Deelnemen aan het verkeer levert jaarlijks 570 doden op in Nederland en de valpartijen van het keukentrapje doen ook een aardige duit in het zakje: 2795 doden per jaar. Dat keukentrapjes veel meer doden op hun geweten hebben dan alle aanslagen van oké-duizendvijftien bij elkaar stelt me gerust. Ik heb meteen mijn moeder geappt: “Mam, koop geen keukentrapjes, oké?” Ze appte me vrijwel meteen: “Ok”