Sanne (20) komt uit de buurt van Arnhem en woont en studeert in Utrecht. Maar zij is niet de enige die in het weekend bij haar ouders aan tafel aanschuift. Haar ouders hebben zich namelijk ingeschreven voor ‘Diner bij de buren’, een initiatief van ‘Welkom in Arnhem’ (http://www.dinerbijdeburen.com/#!welkom-in-arnhem/g96qy). Dit initiatief probeert allerlei activiteiten te organiseren om de vluchtelingen die in de Koepel verblijven zich welkom te laten voelen in Nederland. Sannes moeder geeft zelf aan wanneer ze vluchtelingen kan ontvangen en draagt zo bij aan dit project. Omdat dit natuurlijk goed in ons thema Sharing is Caring past, stelt Geestig Magazine Sanne wat vragen.

Hoe vaak zijn de vluchtelingen nu bij jullie over de vloer geweest?

‘Ze zijn nu twee keer geweest en zullen binnenkort weer blijven eten. Ook met Kerstavond zijn ze welkom bij ons. Het zijn wel elke keer andere mensen. De eerste keer hadden we twee mannen uit Syrië: een boer van het platteland en een man die een kledingwinkel voor baby’s in Aleppo had. Hij vertelde vol trots over de goede zijde die ze in zijn thuisland hebben. De tweede keer verwachtte ik weer dezelfde soort mensen, maar toen kregen we een hipster met een knotje en opskeer uit Irak en een advocaat uit Syrië. Zo zie je maar dat er veel verschillende mensen worden opgevangen in Nederland.’

Waren er meer dingen die je niet verwacht had?

‘Ik had niet gedacht dat door het eten zelf zoveel cultuurverschillen zouden blijken. We hadden steeds verschillende soorten gerechten, een beetje bij elkaar geraapt omdat wij ook niet wisten wat ze lekker zouden vinden. Maar meestal aten ze hun bord niet leeg. Ik weet niet of dit komt doordat ze het niet lekker vonden of dat dit uit beleefdheid was. Ze konden ook niet met mes en vork eten. Ik denk dat dit voor hen is wat voor ons eten met Chinese stokjes is. Sommigen gingen het wel echt proberen, maar één man at gewoon met brood. Wat grappig was is dat voor hen natuurlijk ook heel veel van onze gewoonten gek zijn. Zo ging een man mij filmen terwijl ik jam door mijn vla roerde. Dat vond hij heel vreemd. Ook zijn die mensen niet gewend aan honden in huis. We deden onze hond in een andere kamer, maar ze schrokken er wel steeds van als hij blafte.’

Hoe verliep de communicatie tijdens het eten?

‘Tja, de taal was wel een probleem. Zij hebben Nederlandse les, maar konden eigenlijk maar een paar woordjes en tot tien tellen, wat natuurlijk ook logisch is. Het ging een beetje in het Engels en met Google Translate. Eigenlijk ging het er ook niet echt om wat er gezegd werd, maar meer dat we met zijn allen gezellig aan tafel zaten. De sfeer was niet zo ongemakkelijk als waar ik bang voor was. Het was wel erg vermoeiend. Standaardvragen over bijvoorbeeld werk kostten al gauw tien minuten. Ik probeerde hen te vragen wat ze van Nederland vonden, maar het is natuurlijk lastig voor hen om hun situatie uit te leggen. Ze zeiden wel dat ze de Rijn geweldig vonden en blij waren dat ze een visvergunning hadden gekregen. En ze zeiden dat ze Nederlanders aardig vonden omdat ze altijd lachen. Ik weet niet of ze dit echt meenden of dat ze het uit beleefdheid zeiden… Volgens mij vonden ze Nederland ook heel koud, want ze hadden hele dikke truien aan. Mijn moeder heeft nadat ze geweest waren twee sjaals gebreid en naar ze gebracht.’

Hebben ze verder nog iets verteld over hun vluchtsituatie?

‘Nee, maar ze gingen wel skypen met hun familie via hun smartphone. Dat ding is echt hun wereld, daarmee hebben ze contact met thuis. Het was gek om te beseffen dat hun familie zich nog in die bedreigde situatie bevindt. Ik vond het erg sneu om die kindjes te zien.’

Was het uiteindelijk wel een leuke avond?

‘Ja, we hebben ook wel gelachen. Ik kwam de eerste keer iets later thuis omdat ik van voetbal kwam en toen zaten ze al aan tafel. Ik dacht: wat ruikt het hier vies. Maar ik wilde niet zeuren. Stiekem denk je dan toch dat die lucht van de vluchtelingen komt, hoewel ik dat niet wilde denken natuurlijk. Maar de lucht bleef sterk hangen en even later kwam mijn vader erachter dat hij hondenpoep onder zijn schoen had! Die lucht had er dus blijkbaar in de auto ook al gehangen en onze gasten hebben natuurlijk gedacht: wat stinken die Nederlanders! Het was wel een grappige situatie. En daarnaast voelt het gewoon echt fijn om iets voor de vluchtelingen te doen. Mijn moeder heeft het allemaal geregeld en ik hoefde natuurlijk alleen maar aan te schuiven, maar ik merkte wel dat ik me daarna ook fijn voelde. Je leert er veel van en ik vind het belangrijk om die mensen te laten zien dat ze hier welkom zijn. Zij zijn de slachtoffers van de terreur en hebben hulp nodig. Ook al is het maar iets kleins dat je kan doen, je moet het zeker doen! Ik raad het anderen zeker aan. Gelukkig merk ik dat onze buren en vrienden aangestoken worden en vluchtelingen welkom heten in hun huis. De situatie blijft natuurlijk verschrikkelijk voor hen. Het is lastig om hen ’s avonds weer af te moeten zetten in “the camp”, zoals zij het noemen, maar ik denk dat het ‘uit eten gaan’ toch kleine lichtpuntjes voor hen zijn in deze tijd.

 

Ben jij geboeid door Sannes verhaal en wil je ook sharen en caren? Kijk dan eens op http://www.vluchtelingenwerk.nl/actueel/nieuws/wat-kun-jij-doen-voor-vluchtelingen.