Studeren zonder alcohol. Het kán wel, maar echt vrolijk word je er niet van. Toch is het voor veel eerstejaarsstudenten de harde werkelijkheid. Sinds de verhoging van de leeftijdsgrens voor alcohol heeft menig kersvers student hier last van. Vaak komt het aan op een paar (frustrerende) maanden wachten tot je achttiende verjaardag. Zo ook bij mij. De eerste anderhalve maand van mijn studie moest ik nuchter door zien te komen.

Alcohol is echt niet noodzakelijk om plezier te hebben, dat kan ik je verzekeren. Toch voel je je buitengesloten als jij de enige bent die nog niet mag drinken. Op de vrijdagmiddag met een wijntje op een terras zitten na college gaat niet zomaar, een avondje stappen is al helemaal moeilijk en de eerstejaars kroegentocht is uit den boze. Bovendien is een biercantus met een beker cola in je hand ook niet ideaal. Frisdrank atten is onprettiger dan het klinkt. En heel eerlijk: je voelt je ook een beetje een kleuter op een volwassenenfeestje.

Maar na al deze situaties te hebben doorstaan, was mijn moment dan eindelijk daar. Vorige week werd ik achttien, in de nacht van vrijdag op zaterdag. Idealer kan bijna niet. Vanaf middernacht zou geen uitsmijter, AH-caissière of kampbegeleider me nog iets kunnen maken. En dat moest natuurlijk gevierd worden. Zodoende hobbelde ik rond een uur of half twee in de stad met een groep vrienden, klaar om de Utrechtse kroegenwereld te verkennen. Mijn ID had ik al lang in mijn hand voor de eerste bewaker ernaar vroeg, triomfantelijk en overtuigd van mijn toegangsrecht. Ik kreeg een ongelovige frons. ‘Dit is niet vandaag, of wel?’ ‘Uh… Jawel.’ Was ik eindelijk écht meerderjarig, geloofden ze me nog niet! Even vreesde ik dat mijn eerste echte uitgaanservaring nu al zou mislukken. Gelukkig was de kalender op zijn telefoon genoeg bewijs en kon ik alsnog mijn grande entrée in het volwassenleven maken.

Eenmaal binnen was het toch een beetje onwerkelijk. Het besef dat ik daar stond te drinken, dat dat mócht, kwam nog niet helemaal aan. Het blijft toch raar dat je hersenen van de ene op de andere dag in staat worden geacht om tegen alcohol te kunnen. Ik vergat dat ik nu zonder problemen zelf een biertje aan de bar kon bestellen, in plaats van een oudere vriendin erop af sturen. Gelukkig werd ik daar netjes op gewezen door die vriendinnen (‘ga zelf nou maar halen, je bent nu toch achttien?’).  De hele avond lang vloeiden de verjaardagsshotjes en biertjes rijkelijk. Ik was zo vrij als een vogeltje en dat kon niemand me meer afnemen.

De oudere lezers zullen het zich misschien nog wel herinneren van hun zestiende verjaardag. Dat gevoel van onbezonnenheid – nog een drankje? Waarom niet, het mag nu toch! Het besef dat niks meer stiekem of met voorbedachten rade hoeft. Geen week van tevoren een ID moeten lenen als je avondje uit wil, maar gewoon, hup, de stad in! Niemand die je nog iets verbieden kan. Dan ga je pas echt genieten van het studentenleven.  Ook al drink je niet of ga je bijna nooit uit, de mogelijkheid heb je. En dat is al heel wat waard.

Na de hele nacht flink van mijn nieuw verworven vrijheid genoten te hebben, bevond ik me de volgende middag in de trein. Terug naar het ouderlijk huis. Met mijn doodse gestaar uit het raam moet ik er als een zombie uit hebben gezien. Ik was moe en brak, maar wel gelukkig – want mijn kater was tenminste legaal.