Ik schrok vanochtend wakker uit een onrustige slaap die al sinds eind juni leek te duren. Alles om me heen leek zoals het zou moeten lijken, maar ik had een vaag, ietwat naar gevoel. Mijn blik viel op de kalender, en ik zag meteen wat er mis was. De eerste septemberdagen stonden daar in de rij, dreigend achter die allerlaatste augustusdag die eigenlijk al niet meer meetelde. Op dat moment kon ik het voor het eerst in de verte horen, zacht maar dwingend, het roepen van de Uithof: “Kom maar Stefan, het is tijd. Je vakantie is nu echt voorbij.”

 

Met positieve tegenzin stapte ik dus maar op de fiets. De regen liet me voorlopig met rust; die zou tot later op de dag voor me bewaard worden. Ik reed richting het Langeveldgebouw en was even verbaasd over de enorme hoeveelheid mensen die over de Heidelberglaan rondliepen. Blijkbaar waren er meer mensen die het roepen van de Uithof hadden gehoord. Ik realiseerde me al snel dat het de eerste dag van de Studiestartweek was, en dat de hele Uithof daarmee tot één grote vrolijke chaos was getransformeerd.

 

Toen de eerste koffie van de dag me weer een beetje had gekalmeerd, viel me nog iets anders op.

Het is moeilijk om het te beschrijven zonder aan mijn eigen geestelijke gesteldheid te gaan twijfelen, maar het gevoel dat ik voorheen had bij de Uithof klopte niet. Ik heb het niet over de losse ‘ik-ben-dolblij-als-ik-een-half-uur-mag-zoeken-naar-een-plek-in-de-UB’ of ‘goh-wat-houd-ik-van-de-rij-bij-de-Spar’-gevoelens, maar het onderhuidse, superpersoonlijke gevoel dat twee jaar lang redelijk hetzelfde was bij mijn Uithof-avonturen.

 

Ik bleef even stilstaan en vroeg me af of ik tijdens de vakantie misschien een life-changing experience had meegemaakt die dit kon verklaren. Het meest traumatische dat ik kon bedenken was dat ik halverwege augustus twee dagen achter elkaar om 8 uur (!) op had moeten staan, maar dat leek me toch net niet toereikend. Enigszins verdwaasd liep ik verder, en ik weet vrij zeker dat ik er moet hebben uitgezien als iemand die net zijn werkgroep was kwijtgeraakt. Ik ging verder met mijn dag, maar een antwoord kwam niet meer in me op.

 

De hele Uithof staat deze week in het teken van informeren, ontdekken en ontmoeten. Voor mij is dat inmiddels twee jaar geleden, dus zou dit kleine brokje Utrecht geen geheimen meer voor me moeten hebben (al snap ik pas een paar maanden hoe de kranen in de wc’s van de UB werken*, maar dat terzijde). Toch denk ik dat ik na vandaag mijn conclusies moet trekken: Er zit niks anders op dan om de komende week mijn persoonlijke ‘mid-study crisis’-versie van de SSW te gaan doorlopen.

 

*Ik ga er vanuit dat ik niet de enige ben die maandenlang tevergeefs aan de kraan heeft staan trekken en duwen, dus dit is mijn ultieme pro-tip voor alle beginnende studenten: er zit dus een zwarte knop op de vloer onder de wasbak die je met je voet moet indrukken (wie verzínt zoiets?!)