Twee keer per maand schrijven Liza Krudde en Stefan Vermeent brieven naar elkaar over hun belevingen en wat hen bezighoudt.

Lieve Liza,
Ik zou het graag hebben over de vakantieperiode en alle diepe levensinzichten die voortkomen uit die warme (koude), zonnige (bewolkte) zomerdagen, maar ik ben van mening dat de weken in aanloop naar de vakantie veel interessanter zijn. Elk seizoen roep zo wel zijn emoties op, gevormd door talloze herinneringen en andere associaties. Als ik aan de herfst denk, zie ik mezelf bijvoorbeeld meteen in het lokaal van groep 8 zitten, met weemoed starend naar de koude najaarsregen en in mijn hoofd de stem van Gerard Cox die zingt dat die mooie zomer nu toch wel echt voorbij is.

 

Dergelijke beelden bestaan in mijn hoofd voor alle seizoenen, maar met die laatste weken voor de zomervakantie, zeg maar het laatste blok, heb ik altijd een soort haat-liefdeverhouding gehad. Er is iets vreemds mee aan de hand, en ik heb er nooit echt de vinger op kunnen leggen. Misschien kunnen we bij dezen een poging wagen.

 

Iedereen zegt het al vanaf die eerste week van het laatste blok: “de laatste paar weken zijn altijd zo voorbij”. Maar dat is niet het hele plaatje. Niet alleen de tijd slaat op hol, de hele atmosfeer voelt anders aan. Voor het geval dat je nu nog niet denkt dat ik knettergek ben, zal ik het proberen te verduidelijken met een vage metafoor: Het voelt een beetje alsof je je in een hele grote zeepbel bevindt.

 

Je blijft dezelfde dingen doen als je al die tijd daarvoor ook al deed. Je maakt de ritjes naar en van de Uithof, je studeert, je bezoekt zo nu en dan een hoorcollege, want ja: dat is bijna automatisme geworden na zoveel maanden. Maar nu is het anders. Nu komt je een gelig, warm licht tegemoet aan het einde van de tunnel. Dat licht wordt perfect gecombineerd met een zoete zonnebrandgeur en een gevoel van pure vrijheid. Je bevindt je nog steeds in die zeepbel, maar je beweegt je die kant op. Snel, zoals iedereen je al vertelde.

 

Maar dat is nog niet alles. Zo aan het einde van het jaar, vredig vanuit je beschermende zeepbel, ga je onvermijdelijk terugkijken op het afgelopen jaar. Je realiseert je met lichte schrik hoe snel het jaar weer is gegaan, bekritiseert die clichématige gedachte, en kijkt snel om je heen om te controleren of je niet per ongelijk hardop met jezelf in discussie was (ik bedoel, zo gaat dat bij iedereen toch?). Het wekt een vreemd gevoel van nostalgie op, en ik ben extreem gevoelig voor nostalgie. Ik kan ergens al nostalgisch over zijn op het moment dat de betreffende gebeurtenis nog bezig is. Ik weet niet of het dan strict genomen wel nostalgie is, maar mijn brein heeft in ieder geval ooit besloten om het onder hetzelfde interne gevoel te scharen.

 

Ik denk dat het gevoel van de zeepbel voortkomt uit het feit dat in die weken verleden, heden en toekomst op een heerlijk chaotische manier samenkomen. Op hetzelfde moment dat je terug staat te kijken op het afgelopen jaar, struikel je over de laatste paar tentamens en ben je al bezig met wat de maand september voor je in petto heeft. En oh, het plannen van de vakantie: als er iets stress oplevert is het dat wel.

 

Elk jaar weer beginnen mijn prille vakantievibes op die manier. De combinatie van enthousiasme voor de naderende vakantie en een lichte ‘eindejaarsblues’, terwijl die zeepbel maar voortraast. En dan, voordat je volledig tot je kan laten doordringen wat er is gebeurd, klapt de bel en zit je ineens in het zand of in het park of ergens in een vijfsterrenresort in Egypte. Enigszins wazig voor je uitstarend, Maar met een vaag gevoel van tevredenheid.

 

Nu rest me je nog één ding mee te geven voor deze vakantie. In het geval dat Gerard Cox je helemaal niks zegt, raad ik je ten sterkste af om hem op Youtube op te zoeken. Die man kan in viereneenhalve minuut al je illusies van een eeuwigdurende zomer finaal de grond instampen. I learned the hard way.

 

Liefs,

Stefan

Liza’s brief gemist? Lees deze hier!