Twee keer per maand schrijven Liza Krudde en Stefan Vermeent brieven naar elkaar over hun belevingen en wat hen bezighoudt.

Lieve Liza,

Ik vind het een intrigerende definitie van je ‘bijna vijfjarige’ oppaskindje om vrijheid gelijk te stellen aan (nog) niet dood zijn. Is het niet bijzonder dat die uitspraak van iemand die net om de hoek komt kijken waarschijnlijk het exacte tegenovergestelde is van een willekeurig oud persoon die het allemaal wel mooi geweest vindt? Daar zitten wij als jonge twintigers ergens tussenin; dichterbij het vijfjarige kind dan bij de bejaarde, maar er nog steeds mijlenver bij vandaan. Welke middenpositie moeten wij innemen?

Ik zie het voor me als een grafiek met zo’n omgekeerde U-vorm. De twee definities die je aan het begin en aan het einde van je leven zou geven aan de beide uiteindes van die lijn, en daar tussen de steeds grotere moeilijkheid om goed te kunnen zeggen wat vrijheid precies is. Want ja, het nieuws herinnert ons er dagelijks aan dat vrijheid lang niet altijd gelijk staat aan leven, en met mijn 120-jarige zelf (ik vertrouw blind in de wetenschap) wil ik het voorlopig nog niet eens zijn.

Ons probleem zal ook wel de tijd zijn waarin we leven. In een maatschappij die al 70 jaar geen oorlog meer van dichtbij heeft meegemaakt, verwatert het begrip ‘vrijheid’ een beetje in een cliché. Het krijgt bijna iets banaals. Kijk maar eens goed naar wat we doen op die 4 en 5 mei.  We houden elk jaar twee minuten onze mond en gaan naar een festivalletje omdat we wéten wat er is gebeurd (en nog steeds gebeurd op minder fortuinlijke plekken op aarde): we kennen de foto’s, de verhalen, de geschiedenislessen. We weten dat dat geweld en de overwinning daarvan de basis vormen van onze vrijheid nu. Maar op een meer praktisch, alledaags niveau zappen we om twee over acht weer verder en fietsen we de avond van 5 mei weer licht slingerend naar huis om nog genoeg slaap mee te kunnen pakken.

Misschien is dat wel de meest bevredigende “tussendefinitie” van vrijheid – ergens tussen die van het vierjarige kind en de uitgebluste bejaarde in. Vrijheid is de vijfde van de maand mei overleven zonder al te grote kater.

Als je een minder cynische eikel wil zijn, kun je vrijheid ook in de kleine dingetjes zoeken. Een boek, een weekendje weg, een biertje op een terras. Mijn meest recente gevoel van vrijheid was simpel, en misschien daarom juist wel zo mooi. Hardlopend door de polders rond Oud-Zuylen. Zonnetje hoog in de lucht, afgetekend tegen een strakblauwe lucht. Omringt door weilanden, molens, slootjes en bruggetjes en geen andere geluiden dan de vogels in de lucht en de doffe klappen van mijn schoenen tegen het asfalt.

Zo simpel kan het dan ook weer zijn.

Natuurlijk is deze hele brief een getuigenis van het feit dat we in een fantastische maatschappij leven. Misschien is vrijheid wel zo moeilijk te definiëren omdat het zo’n intrinsiek deel van ons leven is dat het nauwelijks meer opvalt. We wonen in vrijheid, werken in vrijheid, eten, slapen en hebben lief in vrijheid; het zit simpelweg vervlochten in alle aspecten van ons leven.

Hmm, misschien was die definitie van je oppaskindje zo gek nog niet.

Liefs,

Stefan


Liza’s brief gemist? Lees deze hier!