Twee keer per maand schrijven Liza Krudde en Stefan Vermeent brieven naar elkaar over hun belevingen en wat hen bezighoudt.

 

 

Lieve Liza,

 

Ik geloof niet dat ik zulke foto’s van mijn vader heb, maar ik deel je jaloezie zeker. Naar aanleiding van jouw brief geloof ik dat ik nog een andere reden heb waarom wij zo passief zijn. Ik denk namelijk dat het probleem juist is dat wij “intellectuele Universitaire studenten” zijn. Het zorgt er namelijk voor dat het erg moeilijk wordt om een duidelijke mening hebben. Niks meer zwart-wit kunnen zien, overal de “ja, maar…” achter moeten plakken; het is bijna onmogelijk om nog ergens een gebalde vuist naar op te heffen (toegegeven, een neutronenbom blijft een uitzondering). Nu we het er toch over hebben, dit zijn zeker niet de enige moeilijkheden die ik momenteel op dit gebied ondervind.

 

Ik zie mezelf graag als iemand met veel wilskracht, maar inwerkelijkheid laat ik me veel te makkelijk leiden door impulsen. Zo zat ik vorige week braaf te leren in de UB, toen er uit het niets ineens een gedachte door mijn hoofd schoot die ongeveer hier op neer kwam: “Stefan! Weet je dat ene album waar je nu al een paar weken gek van bent en die je al gewoon op je computer hebt staan? Die moet je echt kopen! Vandaag nog! Als we hier gewoon iets eerder dan gepland weggaan, heb je tijd genoeg om nog even langs de Plato te gaan.” Ik weet dat ik het eigenlijk niet moet doen, maar ik ben in feite nog net zo slecht in het negeren van stemmen als de mensen die er 2000 jaar geleden maar hele religies op baseerden.

 

Stel je dit scenario later die middag dus even voor: Een zielig hoopje Stefan sleept zich trillend van de cognitieve dissonantie voort door de Voorstraat, net aan op de been gehouden door slappe rationalisaties die hem ervan moeten overtuigen dat zijn bestaan niet compleet is zonder deze ene plaat in de kast. Ondanks een chronisch studentikoos geldtekort, kan ik deze rationalisaties meestal nét lang genoeg vol blijven houden tot ik het dubbele piepje van het pinautomaat hoor. De meeste mensen kunnen zichzelf prima beschermen tegen dit soort situaties, maar ik niet. Ervaar jij dat ook zo, die eeuwige struggle als psychologiestudent?

 

Ik ben dan ook nog eens een sociaal psycholoog, wat het allemaal alleen nog maar erger maakt. Ik ken alle textbook definitions van de trucjes die dit soort situaties normaal gesproken een succes maken. Ik ken mezelf letterlijk te goedom voor de gek te houden. Al die mooie psychologische werkingen, tot in de puntjes ontwikkeld gedurende honderdduizenden jaren van menselijke evolutie, teniet gedaan met amper drie jaar studie. Ik voel me bijna schuldig tegenover mijn voorouders; al de moeite die ze er voor mij in hebben gestoken. Misschien moet ik binnenkort ook maar eens afreizen naar Parijs, gewoon om daar beneden in de Catacomben mijn excuses aan te bieden aan zes miljoen stapels botten. Daar móet iemand tussen zitten diefamilieleden van mij kent, denk je niet?

 

Anyway, wanneer bij mij nu een gedachte opkomt als “je bent gisteren niet uitgeweest, dus die 20 euro die je hebt bespaard kun je prima uitgeven aan dat boek”, of “bedenk je eens hoeveel geld je per maand bespaart door niet te roken, het is volledig gerechtvaardigd om dat hypothetische geld hier over de balk te smijten”, dan herken ik hem meteen. Dat is echt funest voor de effectiviteit ervan.

 

Uiteindelijk zit er natuurlijk niks anders op dan er maar gewoon mee te leren leven. Ik troost me met de gedachte dat mijn voorouders het mentaal gezien weliswaar vredig hadden, maar dat zij dan weer geplaagd werden door agressieve mammoeten en een totale afwezigheid van het begrip ‘thuisbezorgd voedsel’ na een lange dag jagen. Ik geef het eerlijk toe, dat geeft uiteindelijk een stuk meer reden voor gebalde vuisten.

 

Liefs,

 

Stefan

 

 

Liza’s brief gemist? Lees deze hier!