Twee keer per maand schrijven Liza Krudde en Stefan Vermeent brieven naar elkaar over hun belevingen en wat ze bezighoudt. 

 

 

Lieve Liza,

 

De kunst van het brieven schrijven; ik beheers het niet meer. Hoe begin je, en misschien belangrijker: wat zeg je allemaal als je niet na een paar minuten al een paar blauwe vinkjes ziet? Ik realiseerde me pas geleden dat ik geen flauw idee meer had in welke hoek van een envelop je de postzegel hoort te plakken. Belachelijk! Ik heb nog mazzel dat deze brief gewoon digitaal naar jou toe gaat; ik kan me nog maar vaag iets herinneren over een stel gleuven en het benodigde rekenwerk dat eraan te pas kwam om te bepalen of je hem in de linker of rechter moest laten glijden. Dat alles is vervangen door een simpele druk op de knop. We hebben weer een reden minder om de straat op te gaan.

 

De straat op. Het roept bij mij beelden op van demonstraties, stille tochten en bezettingen van openbare gebouwen. Ik probeer me te bedenken of ik zelf redenen heb om de straat op te gaan en ik schaam me een beetje om te moeten zeggen dat ik niks kan bedenken. Dat is vreemd, vind je niet? Kijk een paar minuten naar het nieuws en je kunt je geen plek op de wereld bedenken waar niks aan de hand is. Sterker nog: als ik de gemiddelde Facebookreactie mag geloven is er van alles mis in ons kleine landje. Een kleine greep uit de reacties op een paar willekeurige nieuwsitems“Nederlanders wordt wakker”, spoort Johnny ons aan; “Waar gaat het heen met de wereld?”, vraagt Ingeborg zich af, en Tonny laat zich van zijn meest diplomatieke kant zien door te stellen dat “ze” maarterug moeten naad [sic] hun eiland”. Ik heb zo’n idee dat Johnny, Ingeborg en Tonny mij talloze redenen zouden kunnen geven om met ze de straat op te gaan.

 

Nu weten wij natuurlijk wel hoe belangrijk het is om dit soort ideeën grondig te toetsen voor we ze serieus kunnen nemen. Laat dit nou net zijn wat Steven Pinker in zijn boek The better angels of our nature gedaan heeft (aanrader!). Hij laat in grafiek na grafiek zien dat letterlijk elke vorm van geweld sterk is afgenomen sinds de opkomst van democratieën en internationale handel, met nog een radicalere daling sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Zoals de Facebookreacties laten zien gaat dit natuurlijk lijnrecht in tegen de publieke opinie. Een reden hiervoor is dat ons collectieve geheugen bijna lachwekkend kort is. We beseffen ons niet hoe gruwelijk het er vroeger aan toe kon gaan; hoe uniek het is dat vrede, en niet oorlog, tegenwoordig het uitgangspunt is.

 

Dit soort bevindingen maken de kans dat je mij ooit op straat tegen zult komen terwijl ik luid scanderend met een spandoek boven mijn hoofd rondloop nóg kleiner. Ik weet niet of dat goed is. Natuurlijk blijven er dingen om voor te vechten, om tegen te demonstreren. Een relatieve verbetering ten opzichte van vroeger wil niet zeggen dat er helemaal geen problemen meer zijn. Misschien is het probleem ook wel gewoon dat ik lui ben (ik ben sowieso niet creatief genoeg om een goede leus te bedenken, en wie gaat me dán nog serieus nemen als demonstrant?).

 

Terwijl ik hier over nadenk zie ik het eerste daglicht onder mijn gordijnen door komen. Het prille lentezonnetje heeft er weer zin in vandaag. Misschien dat ik toch maar een paar voorzichtige stappen de straat op waag. Ga je met me meedemonstreren tegen de prijs van bier op het terras, bij gebrek aan beter?

 

Liefs,

Stefan