Is het niet vreemd eigenlijk, hoe veel we doen voor liefde? Voor een ietsie-pietsie, gelukkigmakende druppel van hoopvolle liefde. Het is klaarblijkelijk het meest besproken thema – op de cliché vraag ‘waar komen we vandaan?’ – na. En misschien is het wel écht het meest besproken thema, maar dat maakt niet uit ook. Wat is de aantrekkingskracht? Wat maakt het dat het mensen tot het uiterste drijft, totdat ze volledig kwijlend en catatonisch in een hoekje van hun huis op de hei wegkwijnen. Het maakt mensen absoluut obsessief, tot in het enge toe. Wie heeft er nou niet zo’n intense passie gehad voor iemand die jou absoluut geen enkele indicatie gaf dat er ook maar een sprankeltje hoop in zat dat de liefde wederkerig was? En toch! Toch. We zien graag hints. We observeren onze passie-persoon alsof we de nieuwe Sherlock Holmes zijn. Soms stiekem, van een afstandje, vanuit onze ooghoeken. Soms overduidelijk, theatraal. Vaak idealiseren we onze vruchteloze, vreugdeloze afstandsobsessie in onze eindeloze gedachten. We dromen oneindig, we maken hem/haar een held, een engel. Het is een reden waarvoor we uit onze veilige warme nest kruipen op druilerig- grauwe dagen. Het is een reden waarvoor we ons als volledige maniakken zorgen maken om ons uiterlijk. Tot in de mistige avonduren in de dampige, zweet-doordrenkte sportzalen uitsloven totdat we eruit zien als Arnold Schwarzenegger. Waarvoor we uren in de spiegel staan om precies dat ene plukje haar dat onmogelijk zit en ‘net niet wil’ proberen te elimineren. Denk je echt dat hij dat gaat opmerken? Wat is dat toch, die ongrijpbaarheid, die kriebel-in-onze-buik-ontwikkelende, dat magisch- sprookjesachtige gevoel dat iemand ons kan geven? Zijn het de nietsvermoedende ogen die jou doordringen? Zijn het de pompeuze zacht -roze lippen? Is het die ene relatief grote moedervlek in zijn nek die jou tot waanzin drijft? Ik weet het niet. Ik stel hier alleen maar vragen waar ik zelf ook geen antwoord op weet. Toch, hè, dat onbeschrijfelijke gevoel dat je krijgt als diegene jou ook maar een minuscule eenheid van zijn tijd schenkt. Een voorzichtige of onbedoelde aanraking waardoor jouw huid tintelt als de glijmiddel van Play Tingle van Durex dat doet. Die hese stem, misschien riekend van alcohol op een routinematige avondje uit, die jouw hart laat bonken als een galopperend paard. Die blik, verleidend, onuitstaanbaar en hypnotiserend. Niet voor niks schrijven poëtica en schrijvers voor eeuwenlang dat ‘liefde verslavend is, als een drug’. En waarschijnlijk is dat precies het probleem waardoor we hongerig terug blijven keren, tintelend en zwetend van ontwenningsverschijnselen. Hebben wie onze held, engel nodig voor survival? Waarom maakt het onze gedachten troebel-mistig waardoor we ons alleen als incapabele peuters kunnen gedragen om diegene heen? Het lijkt alsof het voor ons het waard is om volledige controle te verliezen, alsof we half-spacend, volledig psychotisch, uitermate dronken, pogen om een prestatie te leveren die levensbepalend is. En iedereen heeft dit, hè? Ook jij, de pseudo-oppervlakkige mooiboy die menig harten heeft gebroken en beweert geen sprankje gevoel erbij te hebben gehad. Ook jij, de stiekeme hopeloze romanticus, hard geworden door verscheidende afwijzingen. Ja, zelfs jij, lezer. Ontken het maar niet. Iemand op deze aardkloot heeft jou ooit tot in het oneindige wanhopige gedreven, gek gemaakt, tintelingen en kriebels gegeven, natte dromen gegeven, verlangend. En dat is prachtig, perfect. Want, ik wil natuurlijk niet te cliché gaan doen, maar laten we eerlijk zijn, zo’n gevoel gaat boven alles. Die lichtelijk psychotische, blind makende heerlijkheid, continue orgasme-ontwikkelende liefde. Wees maar eerlijk