“In Nederland is geen ruimte voor haatzaaien of extremisme. De jihadistische beweging is in alles het tegengestelde van waar onze democratie voor staat”, aldus de ministers Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) en Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie).

Terwijl de extremistische groep IS zijn strijd voert in het Midden-Oosten wordt er in Nederland gekeken naar jongeren die sympathie voor hen vertonen. Er zijn Nederlanders die zich aansluiten bij IS en een discussie hebben opgewekt wat hiermee gedaan moet worden. Onlangs is het kabinet het eens geworden over een aanpak van deze (kleine) groep met radicale gedachten. Deze hield onder meer in dat het paspoort zal worden ingetrokken bij vermoedens van aansluitingen bij IS, maar is dit wel een juiste oplossing?

Om te kijken of deze aanpak effectief zal zijn moet eerst worden achterhaald wat de oorzaken zijn voor radicalisering bij deze doelgroep. Zoals Femke Halsema terecht stelt; we moeten ze eerst begrijpen willen we ze bestrijden. Wat maakt het namelijk dat jongeren zich willen aansluiten bij IS? Ze stelt een paar factoren die van belang zijn, maar deze zijn toch incompleet.

Tijd voor een empirische kijk op het probleem: wat zijn de daadwerkelijke factoren?

Het blijkt uit onderzoek van Doosje, Loseman & Bos (2013) dat andere factoren bepalend zijn voor radicalisme onder islamitische jeugd in Nederland. In het onderzoek wordt radicalisering gedefinieerd als ‘de voortgang van het zoeken, vinden, aannemen en ontwikkelen van een extreme overtuiging tot het punt waar het fungeert als een katalysator voor terroristische handelingen’. Er is onderzocht naar het proces van radicalisering bij islamitische jeugd tussen de 12 en 21 jaar.

In de context van deze groep zijn bepaalde componenten belangrijk de beleving van radicalisering. Deze componenten zijn waargenomen onrechtvaardigheid van Nederlandse autoriteiten, de perceptie van een superieure in-group, waargenomen afstand naar andere mensen en een gedistantieerd gevoel van de maatschappij.

Deze vorm van radicalisering kom echter niet zomaar tevoorschijn. Het doel van het onderzoek was erop gericht om te kijken welke factoren hiertoe leiden. Drie factoren bleken voorspellend.

1. Persoonlijke onzekerheid

Dit wordt gezien als een subjectief gevoel van twijfel of instabiliteit van opvattingen over het zelf en/of de wereld. Het gaat om het gevoel dat men ervaart als er onzekere gedachten plaatsvinden. Als mensen zich in deze staat bevinden zijn ze gevoeliger voor extreme ideeën en groepen omdat deze heldere en eenvoudige antwoorden hebben op hun problemen. Het geeft ze een doel en zin in het leven.

2. Waargenomen onrechtvaardigheid

Bij een radicalisering hoort een waargenomen onrechtvaardigheid om zodoende in een verdedigingshouding te schieten. De gedachte dat Nederlandse autoriteiten hun groep onrechtvaardig behandelen kan samen met de andere factoren voldoende zijn om hier tegen te gaan. Hierbij kan het gaan om het gebruik van geweld om doelen te bereiken.

3. Waargenomen groepsdreiging

Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen symbolische dreiging, realistische dreiging en inter-group anxiety. Symbolische dreiging refereert naar een dreiging voor de islamitische cultuur. Realistische dreiging verwijst naar de economische status van de in-group en inter-group anxiety naar de vrees om te interacteren met iemand van de out-group. Mensen zijn eerder geneigd tot het gebruik van geweld als hun groep wordt bedreigd, ook al treft het andere leden.

Let wel, het gaan om waargenomen onrechtvaardigheid en groepsbedreiging. Het is mogelijk dat dit niet werkelijk plaatsvindt, maar vanuit hun perspectief het zo voelt.

Het is overduidelijk dat dit onderzoek zeer toepasselijk is op de groep die momenteel radicale gedachten ondergaan en erover nadenken zich aan te sluiten bij IS. Het betreft namelijk tevens radicaliserende jonge moslims. Hierdoor zijn voorspellers voor radicalisering bij deze groep dan ook persoonlijke onzekerheid, waargenomen onrechtvaardigheid en waargenomen groepsdreiging.

Er kunnen verschillende interventies plaatsvinden in de omgeving van deze jongeren die erop gericht zijn om deze factoren aan te pakken. Het moet duidelijk gemaakt worden dat extremistische groepen geen antwoord bieden op hun problemen en geweld geen oplossing is tegen onrechtvaardigheid en groepsdreiging. Daarnaast kunnen de vier componenten van radicalisering ontkracht worden: Dat we allen onderdeel zijn van deze maatschappij. Een waargenomen onrechtvaardigheid van Nederlandse autoriteiten aangepakt kan worden en ondanks culturele verschillen omgang met elkaar bevorderend werkt. Hierdoor zal het gevoel van superioriteit dan ook afnemen.

De aanpak van het kabinet om o.a. het paspoort in te nemen van deze jongeren dreigt niet alleen onze rechtstaat te ondermijnen, maar zal ook averechts werken. Ze zullen zich nog meer distantiëren van de maatschappij en zich bedreigd gaan voelen. Eventueel tot het punt waar ze het besluit nemen om er geen onderdeel meer van te zijn en wellicht wraak te nemen. Deze groep die gevoelig is voor een radicalisering moet benaderd worden om te achterhalen wat er is gebeurd dat ze dit aannemen. Het allermeest zouden de factoren die leiden tot een radicalisering ontkracht moeten worden.

Als dit geminimaliseerd wordt is de kans aanzienlijk kleiner om radicale gedachten verder te ontwikkelen en in de praktijk te brengen. Dat scheelt al de commotie bij terugkeer van deze strijders als het te laat is.

Voorkomen is altijd beter dan genezen.

Door: Elvan Ibiçoğlu

Bron:

Doosje, B., Loseman, A., & Bos, K. (2013). Determinants of radicalization of Islamic youth in the Netherlands: Personal uncertainty, perceived injustice, and perceived group threat. Journal of Social Issues69(3), 586-604.